Donderdag 3 april 2014
Sommige componisten hadden er alles voor over om de muziek te kunnen dienen. Als we Heitor Villa-Lobos (1887-1959) op zijn woord mogen geloven, dan scheelde het weinig of hij had een vroegtijdig einde gevonden in de kookpotten van de Braziliaanse bosbewoners. De indianen van het Amazonegebied waren weliswaar landgenoten van de componist, maar dat wisten ze zelf niet. Hun gewoonten stonden nogal ver af van de door de Europese cultuur gedomineerde Braziliaanse samenleving. Het ritueel roosteren en verorberen van een smakelijk mensenkind hoorde erbij, zo lezen we in de verslagen van de negentiende-eeuwse Britse ontdekkingsreiziger H.W. Bates. Of kannibalisme misschien tot hogere muzikale inzichten kon leiden? Uitsluitsel over deze vraag kunnen we niet geven, maar gesteld moet worden dat het culturele isolement van de indianen in zijn land Villa-Lobos hoe dan ook fascineerde. Zou hij zijn composities kunnen verrijken met oeroude muzikale tradities die onvergelijkbaar anders klonken dan de wetten van Bach en de zijnen? Het Brazilië van zijn tijd begon zich in bestuurlijke zin enigszins af te wenden van het Europese model, en ook de muzikale interesse verschoof. Het accent kwam minder te liggen op de westerse harmonieleer. Brazilië had immers meer te bieden. Naast Portugezen en Spanjaarden woonden er indianen en afrikanen, die laatsten rechtstreeks uit Afrika geïmporteerd of via het Caraïbisch gebied. Klassieke componisten als Villa-Lobos begonnen zich bezig te houden met wat de smeltkroes van al deze zeer diverse culturen in muzikale termen had opgeleverd. In zijn Três danças características (africanas e indígenas) voor piano en het symfonisch gedicht Uirapuru integreerde hij bijvoorbeeld het klankeigen van de Caripunas indianen. Deze inboorlingen bewoonden de ontoegankelijke Mato Grosso; ze zagen er weliswaar woest uit, maar over hen bestaan er geen historische documenten die kannibalistische praktijken aantonen. Nee, de componist heeft in ruil voor zijn muzikale vondsten de hand heus niet letterlijk in het vuur hoeven steken. Neemt u van ons aan dat geen indiaan ooit zijn tanden in het vlees van Villa-Lobos zette. Hoe zit het dan met ’s mans persoonlijke verslag van zijn expedities? Het is nogal triviaal: biografen zijn het erover eens dat Villa-Lobos een even grote creativiteit aan de dag legde in het weergeven van de werkelijke feiten als in het scheppen van zijn muzikale werken. Met andere woorden, de man hield wel van een sterk verhaal. En sterker dan een confrontatie met vermeende kannibalen kan een verhaal nauwelijks worden.
Zondagavond zendt Oud Anders een drietal werken uit van Brazilië’s grootste componist. Deze maken deel uit van zijn Cancoes flauta e harpa – vertaald, de gezangen voor fluit en harp. Van enige indiaanse invloed is in deze werken geen sprake. Veeleer vinden we hier de ingetogen, melodieuze lijn van Debussy en Satie terug; twee toonkunstenaars met wier werk Villa-Lobos kennis maakte via zijn vriend Darius Milhaud. Deze Franse componist woonde enige tijd in Rio de Janeiro en heeft ervoor gezorgd dat zijn Braziliaanse collega het contact met de moderne Europese ontwikkelingen in de muziek niet verloor.
Voor de in dit artikel besproken indiaanse invloeden verwijzen wij u naar de video hieronder. Daarin speelt het Orquesta Sinfonica de RTVE het genoemde Uirapuru uit 1917. Net zoals Stravinsky en Bartok begreep Villa-Lobos dat een moderne componist terug moest keren naar de volksmuziek van eigen bodem. Zodoende kon hij zich losmaken van de dwingende structurele vormgeving in de muziek en blies hij haar nieuw leven in.
Playlist OUD ANDERS, zondag 6 april op AAFM, van 22.00 tot 23.00 uur
01. Frames and Drums - Murat Coskun - 4.17
02. Cancoes Flauta e Harpa: Vida Formosa - Heitor Villa-Lobos - 2.46
03. Train to Heaven - Motion Trio - 4.27
04. Alfonso el Sabio: Cantiga CSM353 - Begona Olavide - 6.01
05. Quiet Now - Bill Evans - 5.38
06. Cancoes Flauta e Harpa: Nesta Rua - Heitor Villa-Lobos - 2.26
07. Special Death - Mirah - 2.32
08. Cherry - Billy Strayhorn - 5.54
09. Cancoes Flauta e Harpa: Cancao do Marinheiro - Heitor Villa-Lobos - 3.13
10. Batuta - Zeitkratzer - 2.43